Het telbord
In de middeleeuwen rekenden de mensen nog met Romeinse cijfers, en een handig hulpmiddel daarbij was het telbord. Dat was een bord met lijnen, en boven elke lijn stond een Romeins cijfer: I (1), V (5), X (10), L (50), C (100), D (500) en M (1000).
Als je bijvoorbeeld twee steentjes op de lijn van de I legde, één op de V-lijn en één op de X-lijn, dan had je X + V + II... oftewel 10 + 5 + 2 = 17. Zo kon je makkelijk zien welk getal je te pakken had.
Teken het bord op een groot vel papier of op het schoolbord en laat de kinderen met steentjes getallen leggen en aflezen.
Meer over de tijd waarin dit gebruikt werd staat in het artikel De middeleeuwen.
Als je bijvoorbeeld twee steentjes op de lijn van de I legde, één op de V-lijn en één op de X-lijn, dan had je X + V + II... oftewel 10 + 5 + 2 = 17. Zo kon je makkelijk zien welk getal je te pakken had.
Teken het bord op een groot vel papier of op het schoolbord en laat de kinderen met steentjes getallen leggen en aflezen.
Meer over de tijd waarin dit gebruikt werd staat in het artikel De middeleeuwen.